|
Speelgoed in de kijker
De geschiedenis van vier Zuid-Afrikaanse poppen
In 1997 kocht het Speelgoedmuseum een reeks van vier popjes
aan, afkomstig van Zoeloes in Zuid-Afrika. De Zoeloes zijn een etnische
groep in het Westen van Zuid-Afrika, die naar schatting ongeveer 5 miljoen
mensen telt. In de 19de eeuw raakten ze vooral bekend omwille van hun
conflicten met de Boeren en de Britten.

Vandaag zijn de Zoeloes nog steeds bekend voor de voorwerpen die ze met
pareltjes maken. Een voorbeeld daarvan zijn deze poppen, die een belangrijke
betekenis hebben voor hun cultuur, zoals blijkt uit onderstaande beschrijving.
De
popjes die het Speelgoedmuseum verwierf, waren het familiebezit van een
man die zelf uit Zuid-Afrika was geëmigreerd. Vermoedelijk dateren
de popjes uit de jaren zestig. De man vertelde ons het verhaal en de achtergrond
van de popjes die veel meer zijn dan het speelgoed van een Zoeloemeisje.
De vier popjes zijn in feite afbeeldingen van meisjes of vrouwen in de
verschillende stadia van hun leven. Ze zijn gemaakt van stof, kraaltjes
en schelpen. Opvallend is ook het overmatige gebruik van rood, de kleur
van de vruchtbaarheid.
Het
eerste, kleinste popje stelt een meisje voor dat de huwbare leeftijd heeft
bereikt. Ze is prachtig opgesmukt om zo de aandacht van een toekomstige
echtgenoot te trekken. Kenmerkend zijn de witte kraaltjes rond de ogen.
De huwbare leeftijd bij de Zoeloemeisjes was vrij jong, net zoals dat
bij de Grieken in de 5de en 4de eeuw vóór onze jaartelling
en ook in de Late Middeleeuwen bij ons het geval was. Prinsesjes die huwden
op een leeftijd van 14 jaar of jonger, waren absoluut geen uitzondering.
De
tweede pop is een meisje dat verloofd is. Omdat de Zoeloes krijgers zijn,
mogen ze pas huwen, nadat ze hun plichten als krijger hebben vervuld.
Ondertussen is het meisje wel verloofd, maar ze moet vermijden de aandacht
van andere mannen te trekken. Daarom is de opsmuk beperkt en zijn de ogen
omringd met zwarte kraaltjes in plaats van witte.
Het
derde popje is dan de getrouwde vrouw, die vooral vruchtbaar moet zijn.
Vandaar dat de rode stof een vrij belangrijke plaats krijgt. Voor haar
echtgenoot mag ze zich natuurlijk ook opsmukken. De pop krijgt opnieuw
witte kraaltjes rond de ogen.
De
vierde pop is een weduwe. De vrouw is opnieuw beschikbaar voor de ‘huwelijksmarkt’
en mag zich dus weer opsmukken.
Op deze manier leerde het Zoeloemeisje al spelend de tradities van haar
stamgenoten kennen.
|